Een algemene term voor verschillende psychoactieve bereidingen van de
marihuana (hennep)plant, cannabis sativa. Ze omvatten het blad van de
hennepplant (in het straatjargon: gras, pot, dope, weed of marihuanasigaretten),
bheng, ganja of hasj (bereid uit de hars van de bloeiende koppen van de plant)
en hasjolie.
Cannabis kan met tabak gerold worden in een joint, als dusdanig gerookt worden
in een pijp of een hasjpijp, of kan gegeten worden in cake of koekjes.
Cannabisintoxicatie geeft een gevoel van euforie, lichtheid in de ledematen en
vaak sociale vervreemding. Het vermindert de rijvaardigheid en de mogelijkheid
tot het verrichten van andere complexe, ingewikkelde activiteiten. Het verzwakt
de werking van het kortetermijngeheugen (immediate recall), de
concentratieperiode, de reactietijd, het leervermogen, de motorische
coördinatie, het dieptezicht, het perifere zicht, het tijdsbesef (het individu
heeft het typerende gevoel dat de tijd vertraagt) en de signaaldetectie. Andere
tekenen van intoxicatie bestaan uit overmatige angst, bij de enen wantrouwigheid
of paranoïde ideeën, bij de anderen euforie of apathie, verzwakt
beoordelingsvermogen, bloeddoorlopen ogen, verhoogde eetlust, droge mond,
abnormaal versnelde hartslag, maar ook een gevoel van vermoeidheid en gebrek aan
energie.
Hoewel de meeste vormen van cannabis nogal mild zijn, zijn er soorten zoals
skunk die zeer sterk zijn en rokers kunnen een hallucinogene reactie hebben.
Er zijn verslagen over cannabisgebruik dat het versneld hervallen in
schizofrenie veroorzaakt. Er werden na cannabisgebruik paniektoestanden en
waanvoorstellingen gemeld, meestal namen deze binnen enkele dagen af.