Hallucinogenen zijn chemische stoffen die veranderingen teweegbrengen in het
waarnemen, het denken en het voelen. Voorbeelden zijn onder andere LSD en PCP.
De effecten worden merkbaar na 20 tot 30 minuten en omvatten het verwijden van
de pupillen, stijging van de bloeddruk, abnormaal hoge hartslag, onbewust beven
of rillen, overactieve reflexen en de psychedelische fase (bestaande uit euforie
of gemengde gemoedsveranderingen, visuele illusies en veranderde waarnemingen,
het vervagen van de grenzen tussen het zelf en het niet-zelf en vaak een gevoel
van eenheid met de kosmos).
Bovenop de vaak voorkomende voortdurende en terugkerende hallucinaties, zijn
de nadelige gevolgen van hallucinogenen frequent en omvatten slechte trips,
posthallucinogene waarnemingsstoornissen of flashbacks, gestoorde perceptie (het
individu is ervan overtuigd dat de waargenomen vervormingen overeenstemmen met
de realiteit) en affectieve- en gemoedsafwijkingen zoals angst, depressie of
manieën (typerend is dat het individu het gevoel heeft dat hij of zij nooit meer
normaal zal zijn en zich zorgen maakt over een hersenletsel ingevolge het
gebruik van de drug).