De Europese Commissie is het derde orgaan van de "institutionele driehoek" die de
Europese Unie beheert en bestuurt.
Het is haar taak om de belangen van de Europese Unie als geheel te behartigen
en ze mag geen instructies van welke regering van een lidstaat dan ook
aanvaarden. Als 'hoedster van de Verdragen' ziet zij toe op de tenuitvoerlegging
in de landen van de Europese Unie van de door de Raad en het Parlement
aangenomen verordeningen en richtlijnen. Zij kan zich tot het Hof van Justitie
wenden om ervoor te zorgen dat de in overtreding zijnde partij de EU-wetgeving
naleeft.
Als uitvoerende macht van de EU zorgt de Commissie voor de uitvoering van de
door de Raad genomen besluiten, bijvoorbeeld op het gebied van het
gemeenschappelijk landbouwbeleid. Zij beschikt over ruime bevoegdheden voor het
voeren van het gemeenschappelijk beleid van de EU op gebieden als onderzoek en
technologie, overzeese hulp en regionaal beleid. Ook beheert zij de begroting
voor deze beleidsterreinen.
De leden van de Europese Commissie worden voor vijf jaar in onderling
overleg door de lidstaten benoemd, het Europees Parlement moet met hun benoeming
instemmen. De Commissie is verantwoording verschuldigd aan het Parlement en is
verplicht in haar geheel ontslag te nemen wanneer het Parlement een motie van
afkeuring tegen haar aanneemt.
Sinds 2004 telt de Commissie een lid uit ieder land van de Europese Unie.
De Commissie heeft bij de uitoefening van haar bevoegdheden een ruime
onafhankelijkheid.
De Commissie wordt bijgestaan door een ambtenarenapparaat dat bestaat uit 36 "
directoraten-generaal " (DG’s) en diensten, die voornamelijk in Brussel en
Luxemburg zijn gevestigd.