De techniek die genen in een DNA-molecule of een organisme verwijdert, aanpast
of toevoegt teneinde de informatie die het bevat te wijzigen. Door het wijzigen
van deze informatie, verandert genetische technologie het type of de hoeveelheid
eiwitten die een organisme kan produceren en laat het toe nieuwe stoffen aan te
maken of nieuwe functies uit te oefenen.
De doelstelling van genetische technologie bestaat erin gewenste eigenschappen
te produceren en de ongewenste te vermijden.
Voorbeelden van gewenste eigenschappen voor planten zijn onder meer versnelde
groei, weerstand tegen ziekten en grotere planten. De gemodificeerde organismen
noemt men soms transgenetische, biologisch gemanipuleerde of genetisch
gemodificeerde organismen.