Talen:

CO2 Opvang en Opslag

2. Welke bronnen van CO2-uitstoot zijn voor opvang en opslag geschikt?

  • 2.1 Welke zijn de eigenschappen van geschikte emissiebronnen?
  • 2.2 In welke mate zouden toekomstige CO2-emissies opgevangen kunnen worden?

2.1 Welke zijn de eigenschappen van geschikte emissiebronnen?

De Gibson steenkoolcentrale, een belangrijke, vaste
                                    bron
De Gibson steenkoolcentrale, een belangrijke, vaste bron. Bron: John Blair,
valleywatch.net 

Verschillende factoren bepalen of de opvang van koolstofdioxide een haalbare optie is voor een specifieke emissiebron:

  • de omvang van de emissiebron,
  • of ze vast of mobiel is,
  • hoever ze gelegen is van een potentiële opslagplaats, en
  • in welke mate de CO2-emissies geconcentreerd zijn.

CO2 afkomstig van grote, vaste emissiebronnen zoals elektriciteitscentrales of industriële installaties zou kunnen opgevangen worden. Indien zulke installaties zich dicht bij potentiële opslagplaatsen bevinden, bijvoorbeeld geschikte geologische lagen, zijn ze mogelijke kandidaten voor de vroege implementatie van CO2-opvang en opslag.

Kleine of mobiele emissiebronnen afkomstig van huizen, ondernemingen of van de transportsector komen in dit stadium niet in aanmerking, omdat ze niet geschikt zijn voor opvang en opslag.

In 2000 werd bijna 60% van de CO2-uitstoot die te wijten is aan het gebruik van fossiele brandstoffen geproduceerd door grote, vaste emissiebronnen, zoals elektriciteitscentrales en ontginning van olie en gas of door verwerkende industrieën (zie Table TS.2 [en] voor meer infomatie).

De vier belangrijkste emissieclusters van vaste emissiebronnen zijn: het Midwesten en het oosten van de Verenigde Staten, het noordwesten van Europa, de oostkust van China en het Indisch subcontinent (zie Figure TS.2a [en] ).

Grootschalige installaties die biomassa verwerken om bijvoorbeeld bio-ethanol te produceren, stoten eveneens veel CO2 uit. Hoewel dergelijke installaties veel kleiner en minder voorkomend zijn, komen ze eveneens in aanmerking voor CO2-opvang en opslag.

Vele vaste emissiebronnen liggen in de onmiddelijke omgeving of op redelijke afstand (minder dan 300 km) van zones met een potentieel voor geologische opslag (zie Figures T.S. 2a/2b [en] ). Meer in het Engels

2.2 In welke mate zouden toekomstige CO2-emissies opgevangen kunnen worden?

Wanneer men de verschillende emissiescenario’s in overweging neemt, bedraagt de geplande CO2-opvang in 2020 9-12% van de globale CO2-uitstoot en 21-45% in 2050.

Bovendien is het mogelijk dat in de komende jaren energievectoren zoals elektriciteit en waterstof, die bij gebruik geen koolstof uitstoten, de fossiele brandstoffen zullen beginnen vervangen die tegenwoordig gebruikt worden door kleine, afzonderlijke bronnen in huizen, ondernemingen of voor transport.

Deze energievectoren zouden gewonnen kunnen worden uit fossiele brandstoffen en/of uit biomassa in grote gecentraliseerde vestigingen die belangrijke bronnen van CO2-emissies zouden vormen en die derhalve geschikt zijn voor CO2-opvang.

Dergelijke toepassingen zouden de CO2-uitstoot van diffuse bronnen zoals transport en energievoorzieningsystemen kunnen beperken en het potentieel voor CO2-opvang en opslag verhogen. Meer in het Engels