De pH is de maatstaf voor de concentratie protonen (H+) in een
oplossing en bijgevolg haar zuurtegraad of
alkaliteit. Het concept werd in 1909 door S.P.L. Sørensen
geïntroduceerd. De p staat voor het Duitse “Potenz”, wat vermogen of
concentratie betekent, en de H voor het waterstofion (H+). Voor een
leek, is de pH-waarde een benaderend cijfer tussen 0 en 14, dat aangeeft of een
oplossing zuur (pH < 7), basisch (pH > 7) of neutraal (pH = 7) is.
Bron: GreenFacts
Meer:
Zuren hebben een zure smaak en reageren heftig met metalen.
Sterke zuren kunnen de huid verbranden. Voorbeelden van zuren zijn onder meer
azijn, sap van citrusvruchten en maagzuur (HCl).
Basen smaken bitter en voelen glibberig aan. Sterke basen
kunnen de huid verbranden. Voorbeelden van basen zijn onder meer loog
(natriumhydroxide voor de aanmaak van zeep) en ammoniak.
Wanneer men zuren en basen vermengt reageren ze, neutraliseren elkaar en
vormen aldus zout en water.