Talen:
Home » Klimaatverandering (2007) » Niveau 1

Klimaatverandering Update 2007

Klimaatverandering (2007) Welkom pagina

Context - Wetenschappelijk onderzoek en kennis over klimaatverandering zijn sinds enkele jaren zeer sterk geëvolueerd, en bevestigen dat de huidige opwarming van het klimaat op Aarde zeer waarschijnlijk te wijten is aan menselijke activiteiten, zoals de verbranding van fossiele brandstoffen. De opwarming van de Aarde leidt reeds tot meetbare gevolgen en het te verwachten impact kan verreikend en duur zijn.

Hoe kunnen we ons aanpassen aan deze veranderingen ? Is het mogelijk om de omvang en het impact van de klimaatverandering te beperken door verzachtende inspanningen ?

Het IPCC heeft in 2007 nieuwe antwoorden geformuleerd in de update van de evaluatie betreffende de huidige stand van de kennis over klimaatverandering, zoals hieronder samengevat.

Deze Digest is een betrouwbare samenvatting van het leidinggevende
wetenschappelijke consensus rapport geproduceerd in 2007 door het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC): "Het vierde Assessment Report " ("Fourth Assessment Report" ou AR4). Het is een samenvatting van de rapporten van de drie Werkgroepen: "The Physical Science Basis” (Werkgroep I), "Impacts, Adaptation and Vulnerability" (Werkgroep II), en "Mitigation of Climate Change" (Werkgroep III). Meer info…

Een volledige GreenFacts samenvatting van het 2001 derde Assessment Report [en] is beschikbaar.

  • Bron:IPCC (2007)
  • Samenvatting en details: GreenFacts

1. Wat doet het klimaat veranderen?

Broeikasgassen ontstaan vooral door de verbranding van fossiele
								brandstoffen
Broeikasgassen ontstaan vooral door de verbranding van fossiele brandstoffen

Het klimaat op de Aarde wordt beïnvloed door meerdere factoren, vooral door de hoeveelheid energie afkomstig van de zon, maar ook door factoren zoals de hoeveelheid broeikasgassen en aerosolen in de atmosfeer en de eigenschappen van de oppervlakte van de Aarde. Deze factoren bepalen welke hoeveelheid van de zonne-energie wordt geabsorbeerd of teruggekaatst in de ruimte.

De concentratie in de atmosfeer van broeikasgassen zoals koolstofdioxide (CO2), stikstofoxide (N2O) en methaan (CH4) is aanzienlijk toegenomen sinds het begin van de industriële revolutie. Dit is vooral het gevolg van menselijke activiteiten zoals de verbranding van fossiele brandstoffen, de wijziging van landgebruik en de landbouw. Zo is de concentratie van koolstofdioxide in de atmosfeer nu veel hoger dan in de voorbije 650 000 jaren en bovendien is deze concentratie in de laatste tien jaar vlugger toegenomen dan ooit, gemeten vanaf het begin van de continue metingen rond 1960.

Het is zeer waarschijnlijk dat menselijke activiteiten sinds 1750 een globale opwarming van de Aarde hebben teweeggebracht. Meer in het Engels

2. Hoe verandert het klimaat en hoe is het veranderd in het verleden?

2.1 De opwarming van het globale klimaat is nu onweerlegbaar. Er zijn vele waarnemingen van toegenomen temperatuur van lucht en oceanen, van het wijdverspreide afsmelten van sneeuw en ijs, en van de stijging van het zeeniveau.

Meer in het bijzonder behoren 11 van de laatste 12 jaren (1995-2006) tot de 12 warmste jaren die ooit werden opgetekend sinds de metingen van de temperaturen op Aarde (vanaf 1850). Tijdens de voorbije 100 jaren (1906-2005) is de gemiddelde temperatuur op het aardoppervlak gestegen met 0,74°C. Het globale zeeniveau is met 17 cm gestegen in de 20ste eeuw, gedeeltelijk door het smelten van sneeuw en ijs op bergtoppen en in de polaire streken. Tegelijk zijn meer regionale veranderingen waargenomen, zoals verandering in de temperatuur en de ijsbedekking van de Noordpool, het zoutgehalte in de oceanen, luchtstromingen, droogtes, neerslag, het voorkomen van hittegolven en de intensiteit van tropische cyclonen. Meer in het Engels

2.2 De temperaturen van de laatste halve eeuw zijn ongewoon in vergelijking met de vorige 1300 jaren. De laatste maal (125 000 jaar geleden) dat de polaire streken aanzienlijk en voor een langere periode opwarmden, steeg het zeeniveau met 4 tot 6 meter. Meer in het Engels

2.3 Het merendeel van de globale temperatuurstijgingen tijdens de laatste vijftig jaar is meer dan waarschijnlijk toe te schrijven aan menselijke emissies van broeikasgassen. Meer in het Engels

3. Hoe zal het klimaat veranderen in de toekomst?

Verwacht wordt dat de temperatuur zal stijgen met 1.8 tot 4.0 °C
								tussen 1980 en het einde van de 21ste eeuw
Verwacht wordt dat de temperatuur zal stijgen met 1.8 tot 4.0 °C tussen 1980 en het einde van de 21ste eeuw

3.1 Tijdens de volgende 2 decennia wordt een opwarming van 0,2°C per decennium verwacht. Tevens wordt verwacht dat de voortdurende uitstoot van broeikasgassen op het huidige of een hoger niveau zal leiden tot een bijkomende toename van de globale opwarming en tot vele andere veranderingen van het klimaat in de 21ste eeuw.

De globale opwarming voor de periode van 1980 tot het einde van de 21ste eeuw wordt geschat tussen 1,8°C en 4,0°C. Meer in het Engels

3.2 De stijging van het globaal zeeniveau wordt geschat tussen 18 en 59 cm tegen het einde van de 21ste eeuw. Er wordt verwacht dat de opwarming het grootst zal zijn op het vasteland en in de poolstreken van het noordelijk halfrond, en het kleinst in de Zuidelijke Oceaan en gedeelten van de Noord-Atlantische Oceaan. Andere verwachte veranderingen omvatten verzuring van de oceanen, inkrimping van de sneeuwbedekking en van het pakijs, meer frequente hittegolven en hevige neerslag, meer intense tropische stormen, en tragere oceaanstromingen. Meer in het Engels

3.3 De opwarming en de stijging van het zeeniveau, veroorzaakt door menselijke tussenkomst, zal aanhouden voor eeuwen, zelfs indien de concentraties van broeikasgassen gestabiliseerd worden. Dit aanhoudend opwarmingseffect kan leiden tot een volledig wegsmelten van de gletsjers op Groenland, met een stijging van het zeeniveau met ongeveer 7 meter tot gevolg. Meer in het Engels

4. Welke zijn de reeds waargenomen gevolgen van de klimaatveranderingen?

Gletsjers smelten op meerdere plaatsen op aarde
Gletsjers smelten op meerdere plaatsen op aarde

De klimaatverandering op regionaal niveau beïnvloedt reeds vele natuurlijke systemen. Bijvoorbeeld, sneeuw en ijs smelten af en de bevroren ondergrond is in toenemende mate aan het ontdooien, hydrologische en biologische systemen zijn aan het veranderen en worden soms verstoord, migraties beginnen vroeger en de geografische verspreidingsgebieden van de soorten verplaatsen zich richting polen.

Hoewel er hiaten zijn in onze kennis, is het waarschijnlijk dat deze effecten gelinkt zijn aan de menselijke invloed op het klimaat. Maar op het regionale niveau zijn de reacties ingevolge natuurlijke variabiliteit moeilijk te onderscheiden van de effecten van de klimaatverandering.

Bepaalde eerder niet verwachte gevolgen van regionale klimaatveranderingen beginnen nu pas duidelijk te worden. Het afsmelten van de gletsjers kan bergdorpen en watervoorraden bedreigen, en de schade ingevolge kustoverstromingen gaat in stijgende lijn. Meer in het Engels

5. Welke impact wordt in de toekomst verwacht?

5.1 In de loop van de 21ste eeuw verwacht men vele gevolgen op natuurlijke systemen. Bijvoorbeeld, men verwacht van veranderingen in de hoeveelheid neerslag en van het smelten van ijs en sneeuw dat die in sommige streken het risico van overstromingen zouden kunnen verhogen en in andere droogtes veroorzaken. Indien er een betekenisvolle opwarming is, zal het aanpassingsvermogen van de ecosystemen overschreden worden met negatieve gevolgen zoals een verhoogde kans op het uitsterven van soorten. Meer in het Engels

5.2 De meest kwetsbare bevolkingsgroepen zijn gewoonlijk arm, omdat hun aanpassingsvermogen geringer is en hun bestaansmiddelen vaak afhangen van hulpbronnen die klimaatgebonden zijn. Meer in het Engels

5.3 Het blijkt dat Afrika bijzonder gevoelig is aan de klimaatverandering door de reeds bestaande druk op zijn ecosystemen en zijn gering aanpassingsvermogen. Op alle continenten zal de watervoorziening en de bedreiging van de kustgebieden een probleem worden. Men verwacht dat de globale toekomstige gevolgen negatief zullen zijn, ook al worden er aanvankelijk eveneens enkele positieve effecten verwacht, zoals een stijging van de landbouwproductiviteit verbonden aan een matige opwarming op hogere breedtegraden of een dalende behoefte aan verwarming in koude gebieden. Meer in het Engels

5.4 De gevolgen zullen afhangen van de omvang van de temperatuurstijging. Bijvoorbeeld, de productiviteit van sommige gewassen op gemiddelde tot hogere breedtegraden zal toenemen indien de plaatselijke temperatuur met 1 à 3°C stijgt, maar eenmaal deze temperaturen zijn overschreden, zullen de gevolgen negatief zijn (zie tabel SPM-1). Indien de hogere temperaturen zich verder zetten na de 21ste eeuw, zouden de gevolgen erg ingrijpend kunnen zijn. Bijvoorbeeld, een belangrijke stijging van het zeeniveau ingevolge het afsmelten van het Groenlandse en Antarctische ijs, zou zeer ingrijpende gevolgen kunnen hebben op kustgebieden. De kosten voortvloeiend uit de gevolgen van de klimaatverandering zullen verder stijgen in functie van de verdere verhoging van de temperatuur. Meer in het Engels

5.5 Men verwacht een stijging qua ernst en frequentie van de droogtes, hittegolven en andere extreme klimatologische omstandigheden, die in de loop van deze eeuw (zie tabel SPM-2) tot verstrekkende gevolgen kunnen leiden. Meer in het Engels

6. Hoe kunnen we ons aanpassen aan de klimaatverandering?

Veranderingen in consumptiegedrag kunnen helpen in de strijd tegen
								klimaatverandering
Veranderingen in consumptiegedrag kunnen helpen in de strijd tegen klimaatverandering

6.1 Mensen moeten zich aanpassen aan de gevolgen van een klimaatverandering. Dat kan bijvoorbeeld via technologische oplossingen zoals versterkingen van de kustverdedigingen en het wijzigen van het consumptiegedrag. Nu reeds passen mensen zich aan aan de klimaatverandering en de komende decennia dringen bijkomende aanpassingen zich op. Maar men verwacht dat aanpassing op zich onvoldoende is om het hoofd te bieden aan al de voorziene gevolgen, vermits de mogelijkheden geringer worden en de kosten in verhouding tot de temperatuur stijgen. Meer in het Engels

6.2 De kwetsbaarheid van bevolkingsgroepen voor klimaatverandering en haar gevolgen kan beïnvloed worden door andere factoren zoals pollutie, conflicten of epidemies zoals aids. Een verhoogde aandacht voor duurzame ontwikkeling kan de kwetsbaarheid van bevolkingsgroepen voor klimaatverandering verminderen. Maar de klimaatverandering op zich kan een belemmering worden voor hun ontwikkeling. Meer in het Engels

6.3 Beperkende maatregelen bedoeld om de uitstoot van broeikasgassen te helpen vermijden, te verminderen of de gevolgen ervan te vertragen zouden moeten geïmplementeerd worden teneinde te verzekeren dat het aanpassingsvermogen niet wordt overschreden. Meer in het Engels

7. Welke zijn de huidige tendensen in de uitstoot van broeikasgassen?

De uitstoot van broeikasgassen is, sedert de pre-industriële periode, aanzienlijk gestegen met alleen al voor de periode van 1970 tot 2004 (zie SPM1) een stijging met 70%. Gedurende deze periode is de uitstoot, veroorzaakt door het transport en de energiesector, meer dan verdubbeld. Het beleid dat in sommige landen werd gevoerd, was tot op zekere hoogte inderdaad doeltreffend voor wat betreft de vermindering van de uitstoot voor deze landen, maar onvoldoende om de globale groei van de uitstoot terug te dringen.

Zonder bijkomende maatregelen om de klimaatverandering te temperen, zal de uitstoot van broeikasgassen de volgende decennia en daarna blijven stijgen. De grootste stijging zal toe te schrijven zijn aan de ontwikkelingslanden, waar de uitstoot per capita momenteel nog steeds aanzienlijk lager is dan die in de ontwikkelde landen. Meer in het Engels

8. Welke acties kunnen ondernomen worden om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen?

Publiek transport helpt in de strijd tegen klimaatverandering
Publiek transport helpt in de strijd tegen klimaatverandering
Source: GreenFacts

8.1 Beperkende maatregelen, bedoeld om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, hebben een prijs. Maar ze hebben ook hun economisch voordeel door de gevolgen van de klimaatverandering en de daarmee samenhangende kosten te verminderen. Bovendien kunnen ze economische voordelen opleveren door de lokale luchtvervuiling en de uitputting van energiebronnen te verminderen.

Indien de voordelen van een vermeden klimaatverandering in rekening worden genomen en er een CO2-belasting wordt ingevoerd voor elke eenheid uitgestoten broeikasgas, zou dit voor de producenten en de verbruikers een stimulans kunnen vormen om substantieel te investeren in producten, technologieën en processen die minder broeikasgassen uitstoten. Het daaruit voortvloeiende, beperkende potentieel is substantieel en zou de voorziene groei van de globale uitstoot gedurende de volgende decennia kunnen ondervangen of de uitstoot beneden de huidige niveaus brengen.

Beperkende maatregelen zouden tegen 2100 of later kunnen bijdragen tot het stabiliseren van de concentratie aan broeikasgassen in de atmosfeer. Om deze lage stabilisatieniveaus te bereiken, zijn gedurende de volgende decennia afdoende beperkende inspanningen nodig. Dit zou het globale BNP met een paar procent kunnen doen dalen. Meer in het Engels

8.2 Veranderingen in levensstijl en gewoontes die het behoud van natuurlijke bronnen bevorderen, kunnen bijdragen tot beperking van de klimaatverandering. Meer in het Engels

8.3 Beperkende maatregelen kunnen de samenleving nog andere voordelen opleveren, zoals besparingen in de ziektekosten ingevolge de verminderde luchtvervuiling. Maar een beperking in één land of een groep landen zou elders kunnen leiden tot een hogere uitstoot of een invloed hebben op de globale economie. Meer in het Engels

8.4 Geen enkele sector of technologie op zich kan de volledige beperking van de broeikasgassen aanpakken. Alle sectoren inclusief de bouw, de industrie, de energieproductie, de landbouw, het transport, de bosbouw en de sector van de afvalstoffenverwerking kunnen bijdragen tot de globale beperkende inspanningen, bijvoorbeeld door een doeltreffender energiegebruik. Er zijn reeds vele technologieën en procédés, die in de handel zijn of tijdens de komende decennia op de markt komen, die minder broeikasgassen uitstoten. Meer in het Engels

8.5 Teneinde de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer te stabiliseren, moet de groei van de uitstoot stoppen en moet de uitstoot vervolgens dalen. Des te lager het nagestreefde stabilisatieniveau, des te sneller de daling zou moeten plaatsvinden. Wereldwijde investeringen in beperkende technologieën, alsook onderzoek naar nieuwe energiebronnen, zullen noodzakelijk zijn om deze stabilisatie te halen. Het uitstellen van emissieverlagende maatregelen beperkt de mogelijkheden om tot lage stabilisatieniveaus te komen en verhoogt het risico van ernstige gevolgen door de klimaatverandering. Meer in het Engels

9. Hoe kunnen regeringen mitigatie aanmoedigen?

9.1 Er kan een ruime waaier aan beleidsinstrumenten ingezet worden om de beperking aan te moedigen, zoals reglementering, het heffen van belastingen, verhandelbare emissierechten, subsidies en vrijwillige overeenkomsten. Voorbije ervaringen tonen aan dat elk beleidsinstrument zijn voor- en nadelen heeft. Bijvoorbeeld, hoewel reglementeringen en normen enige zekerheid kunnen geven over de emissieniveaus, vormen ze evenwel geen aanmoediging voor innovaties en meer geavanceerde technologieën. Heffingen en belastingen kunnen wel aanmoedigend werken, maar kunnen ook geen bepaald emissieniveau garanderen. Het is belangrijk oog te hebben voor de milieueffecten van beleidsvormen en beleidsinstrumenten, hun kostenefficiëntie, hun wettelijke haalbaarheid en de spreiding van de kosten en baten.

Hoewel men verwacht dat de impact op de globale uitstoot van CO2 van het Kyotoprotocol, afgesproken voor de periode 2008-2012, beperkt zal zijn, heeft het protocol de mogelijkheid geboden om een globaal antwoord te formuleren op het klimaatprobleem alsook de oprichting van een internationale CO2-markt en andere mechanismen die zouden kunnen bijdragen tot toekomstige beperkende inspanningen. Meer in het Engels

9.2 Het overschakelen naar meer duurzame ontwikkeling kan een belangrijke bijdrage vormen tot de beperking van de klimaatverandering. Beleidsvormen die bijdragen tot zowel de beperking van de klimaatverandering als tot duurzame ontwikkeling omvatten diegene die verband houden met energiedoeltreffendheid, hernieuwbare energiebronnen en het behoud van natuurlijke woongebieden. Globaal genomen kan duurzame ontwikkeling het aanpassings- en het beperkingsvermogen verhogen en de gevoeligheid voor de impact van de klimaatverandering beperken. Meer in het Engels

10. Conclusie

De huidige opwarming is onweerlegbaar. Het is zeer waarschijnlijk dat de uitstoot van broeikasgassen ten gevolge van menselijke activiteiten aan de oorsprong ligt van de tijdens de voorbije vijftig jaar vastgestelde opwarming. Er wordt verwacht dat deze trend zich doorzet met een grotere intensiteit in de loop van de 21ste eeuw en verder.

De klimaatverandering heeft een reeds meetbare impact op vele natuurlijke en menselijke systemen. Men verwacht dat de gevolgen in de toekomst ernstiger zullen worden met hogere temperatuurstijgingen. Er werden reeds aanpassingsmaatregelen geïmplementeerd en deze zullen essentieel zijn om de verwachte gevolgen het hoofd te bieden. Maar er is hoe dan ook een grens aan het aanpassingsvermogen; beperkende maatregelen zullen nodig zijn om de ernst van de effecten te beperken.

Beperkende maatregelen, bedoeld om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen, kunnen bijdragen tot het vermijden, verminderen of uitstellen van vele gevolgen van de klimaatverandering. Beleidsinstrumenten kunnen aanmoedigingen creëren voor producenten en gebruikers om zwaar te investeren in producten, technologieën en procédés die de uitstoot van broeikasgassen beperken. Zonder nieuwe beperkende beleidsinstrumenten zal de globale uitstoot van broeikasgassen blijven stijgen gedurende de volgende decennia en later. Snelle, wereldwijde investeringen en de inzet van beperkende technologieën, alsook research naar nieuwe energiebronnen zullen noodzakelijk zijn om tot een stabilisatie van de broeikasgassen in de atmosfeer te komen.

Bijkomend onderzoek bedoeld om de hiaten in onze kennis op te vullen, moeten de onduidelijkheden verminderen en aldus de besluitvorming wat betreft de klimaatverandering vergemakkelijken.